Mijn (geleende) Macedonische leerboek heb ik al maandenlang niet aangeraakt. Mijn kennis van de Macedonische grammatica gaat langzaam achteruit. Zelfs sommige veelgebruikte Macedonische woorden ben ik inmiddels alweer vergeten.
Ik doe geen moeite om Macedonisch te leren en I hate myself for it.
Ik wil de taal kunnen begrijpen en spreken. Ik wéét dat ik moet studeren en oefenen om dat onder de knie te krijgen. Maar toch doe ik dat niet. Ben ik lui? Of heb ik faalangst? Allebei een beetje denk ik.
Via CouchSurfing doe ik een oproep of mensen met me willen afspreken. Macedoniërs om met me te praten en buitenlanders om samen te studeren. Ik heb een beetje motivatie nodig van gelijkgestemden en van mensen die het leuk vinden om in een ongedwongen sfeer hun eigen taal met een buitenstaander te oefenen.
Er wordt door een Macedoniërs gereageerd op mijn oproep. We kletsen een uur lang. Het gaat best aardig. Maar wat ben ik daarna moeoe!
Eenmaal thuis wil ik met Man-Vriend meteen weer overschakelen naar het Engels. What’s wrong with me?
Ik verban gedachten aan het grammaticaboek. Voordat ik er zelfs maar aan zou denken dat ik zou moeten studeren, leidt ik mijn gedachten al een andere kant op. Ik ga zelfs intern met een boog om het onderwerp heen.
De gedachte aan faalangst heeft zich wel in mijn onderbewuste genesteld. Zou ik inderdaad zó opzien tegen al die uren werk, dat ik onbewust besloten heb dat het misschien beter is als ik niet eens aan deze monstertaak begin?
Als dat zo is, moet ik het toch echt luiheid noemen. Gemakzucht. “Ik heb geen zin om te studeren? Dan doe ik het toch gewoon niet?” Het besef dat ik de taal dan nooit zal leren, probeer ik achteloos opzij te schuiven.
Wil ik de taal nu wel of niet leren?
Het is tijd om wakker te worden en mijn zelfdestructieve gedrag onder ogen te zien. Het is tijd om me als een volwassene te gedragen en gewoon aan het werk te gaan.
Sakam da zboruvam Makedonski! I moram da ucam!